Vlaanderen is rijk aan legendes, sprookjes en verhalen. Sommigen daarvan zijn uitsluitend in hun gebonden regio ontstaan, terwijl velen “vervlaamste” versies zijn van oerverhalen die meer verspreid in Europa voorkomen. Hier zijn 10 figuren die onlosmakelijk verbonden zijn met onze folklore.
- Jan Zonder Vrees

Jan Zonder Vrees is een folklorefiguur uit Antwerpen. Jan is een dappere jongeman met de kracht van een os. Hij is voor niets of niemand bang, wat hem dezelfde bijnaam als de middeleeuwse hertog Jan Zonder Vrees, oplevert. Jan is een vrije ziel die verschillende avonturen beleeft, gedreven door een sterke afkeer van onrecht en de zoektocht naar roem, rijkdom en de wens om zich ooit toch eens bang te voelen.
Veel van deze verhalen zijn terug te vinden in het kinderboek “Jan Zonder Vrees” (1910) van Constant De Kinder. Hierin lees je hoe Jan opgroeide in het Antwerpse Krabbenstraatje, in de viswinkel van zijn grootmoeder. Wie vandaag de dag dit piepkleine straatje bezoekt, kan de gedroogde schol nog steeds aan de gevel terugvinden!
2. De Bokkenrijders

Hoewel deze figuren reeds eerder in de folklore voorkwamen, denkt men bij Bokkenrijders vooral aan de dievenbendes die tijdens de 18e eeuw huishielden in Limburg en de Kempen. Omdat deze bendes vaak op verschillende plaatsen gelijktijdig en op vergelijkbare wijze toesloegen, geloofde men dat ze tot één groep behoorden, die zich vast en zeker op vliegende bokken door de nacht verplaatste.
Dit bijgeloof leidde tot de Bokkenrijdersprocessen, vergelijkbaar met de heksenprocessen, waarbij men berecht kon worden voor ‘samenzwering met de Duivel‘. Van de 1.200 beklaagden werden er 500 veroordeeld. 450 kregen de doodstraf. Aangezien de getuigenissen verkregen werden via marteling, was een groot deel van hen vermoedelijk onschuldig.
3. Reinaert De Vos

Reinaert De Vos is een van de meest bekende folkloristische figuren in heel Europa. Zo ook bij ons, meer bepaald in het Middelnederlandse dierenepos “Van den vos Reynaerde”, geschreven in de 13e eeuw. Dit epische werk is een satire op de middeleeuwse maatschappij en politiek, waarbij dieren worden gebruikt als personages. Net als echte vossen is Reinaert een sluwe vos die zijn vijanden en benarde situaties steeds weer weet te ontlopen met listen en vindingrijkheid.
Ondanks zijn schurkachtige karakter wordt hij soms voorgesteld als anti-held, die opkomt voor zijn eigenbelang en dat van zijn gezin, in een wereld vol hypocrisie en corruptie.
4. Lange Wapper

De legende van Lange Wapper komt op meerdere plaatsen in Vlaanderen voor, maar wordt vooral geassocieerd met de stad Antwerpen. Deze reus, die al groeiend en krimpend op de hielen van dronkaards zit, is ontstaan uit de eveneens groeiende en krimpende schaduwen van zuipschuiten die van lantaarn tot lantaarn naar huis wandelden. Volgens de legende volgde hij hen naar huis, waar hij de hele nacht door het raam bleef staren terwijl ze angstig in bed lagen.
5. Tijl Uilenspiegel

De eerste verhalen over deze ondeugende zotskap ontstonden in Duitsland rond het jaar 1500, maar al snel waaiden ze ook naar onze streken over. In 1867 publiceerde de Vlaams-Waalse schrijver Charles De Coster zijn eigen versie, waarin niet alleen het West-Vlaamse Damme als Tijls geboorteplaats wordt vermeld, maar waarin hij ook wordt voorgesteld als een 16e-eeuwse Vlaamse vrijheidsstrijder die met de Geuzen tegen de Spaanse heersers vocht. Hierdoor werd het figuur niet alleen voorgoed met Damme verbonden, maar werd hij ook een belangrijk symbool voor de Vlaamse Beweging. De naam Uilenspiegel zou duiden op de dwaze mensen, ‘uilen’, die hij via zijn fratsen als het ware een spiegel voorhoudt.
6. De Nekker

De Nekker is een watergeest waarover verschillende verhalen de ronde doen. Zo wordt hij in het 16e eeuwse Visboeck van Adriaen Coenen voorgesteld als een ondeugend, maar goedaardig wezen dat in de zee woonde. Gaandeweg werd kreeg de Nekker een negatief aanzien, vooral die van een kinderschrik. Zo zou hij een zwarte, mensachtige gedaante hebben en zich verschuilen in vijvers, poelen, meren en rivieren. Dieren en kinderen die te dicht bij de waterrand komen sleurt hij naar de bodem.
7. Kabouters

Kabouters komen voor in folklore over heel Europa. Volgens de Vlaamse en Nederlandse folklore zouden deze kleine mannetjes, doorgaans met lange witte baarden en puntmutsen, zich in de Kempen vestigen. Zo kan een goed spiedend oog ze misschien wel spotten op en rond de Kabouterberg in Kasterlee, gelegen op de Kempense Heuvelrug. Ze worden beschouwd als beschermers van dieren en planten en worden doorgaans voorgesteld als geheime weldoeners die ’s nachts klusjes in huizen komen oplossen. Zolang ze maar niet gezien worden, want dan vluchten ze in paniek weg!
8. Witte Wieven

In de Vlaamse folklore zijn de Witte Wieven mysterieuze en betoverende vrouwelijke, in het wit gekleedde figuren, die vaak worden geassocieerd met afgelegen en mistige plaatsen, zoals moerassen en bossen. Ze worden beschouwd als beschermers van de natuur en haar bewoners, maar kunnen ook mensen misleiden of kwellen. Volgens de legende worden Witte Wieven soms gezien als voorspellers van de toekomst, die kunnen waarschuwen voor naderend gevaar. Legenden van de Wieven komen in heel het Indo-Germaanse cultuurgebied voor, en hebben daarnaast gelijkenissen met de Keltische Banshee.
9. Heer Halewijn

Net zoals bij eerdere figuren in dit artikel, is dit een Vlaamse versie van folklore die op meerdere plaatsen in Europa voorkomt (bijvoorbeeld Ridder Blauwbaard van de gebroeders Grimm). Heer Halewijn is een man die vrouwen met zijn mooie gezang in het bos lokt om hen daar te vermoorden. Wanneer een koningsdochter hem gaat bezoeken, geeft hij haar de keuze hoe ze wil sterven. De slimme jonkvrouw kiest voor de edele dood door het zwaard, maar zegt dat hij beter zijn hemd uitdoet zodat het bloed er niet op spuit. Wanneer Halewijn zijn hemd uittrekt, hakt ze zijn hoofd af met het zwaard, zodat het moorden eindelijk stopt
10. Kludde

Kludde en de Nekker zijn vermoedelijk twee varianten van dezelfde figuur. Deze kwelgeest begeeft zich vooral in de streek rond Dendermonde, waar hij ’s nachts op de rug van voorbijgangers springt. Zij moeten deze last verder meeslepen tot de zon opgaat, of tot ze hun bestemming hebben bereikt. Sommige legenden zeggen dat hij zich langzaam laat verzwaren, tot zijn slachtoffer verpletterd wordt. Hij zou zijn komst aankondigen door het geratel van de ijzeren kettingen die hij meesleept. Vaak neemt hij de gedaante aan van een zwarte hond met rode ogen, of vliegt hij als een grote zwarte vogel over de boerderijen waar hij iedereen wekt met zijn ijzingwekkende roep “Kludde, Kludde, Kludde!”.
Zo, dit waren onze 10 Vlaamse folkore figuren. Welke zou je wel eens in het echt willen tegenkomen? Laat het ons hieronder weten in een reactie!


Een reactie achterlaten