10 x Vlaamse streekproducten

Vlamingen staan bekend als ware Bourgondiërs. Onze streek kent een rijke waaier aan regionale cultuur, en daar horen onze gastronomische parels natuurlijk ook bij. Hier is een kleine greep uit het ruime aanbod dat Vlaanderen te bieden heeft.

1 . Filet d’Anvers

Streekproduct.be

“Vlees pekelen en roken is een eeuwenoude traditie, maar in Antwerpen koos men speciaal voor de spier van het muisstuk van runderen, ook wel Antwerpse Filet genoemd. Het vlees wordt gedurende lange tijd in een pekelbad gelegd en vervolgens laat men het nog een aantal weken rijpen in de koelruimte. Tenslotte worden de filets lichtjes koud gerookt, bij voorkeur op beukenhout, wat samen met het pekelen zorgt voor een zacht zout en gerookt aroma. Bij verkoop wordt het flinterdun gesneden en vervolgens op een boterham of pistolet geserveerd.

2. Geraardbergse Mattentaart

De productie van mattenkaas, ook wel bekend als platte kaas, kent haar oorsprong in de middeleeuwen. In Geraardsbergen bleef men deze ambachtelijke kaas produceren, wat ook de oorsprong is van de bekende mattentaartjes. Sinds het einde van de 19e eeuw worden deze lekkernijen door lokale bakkers vervaardigd. Ze bestaan uit bladerdeeg gevuld met mattenbrij, een mengsel van matten, eieren en suiker. Er bestaat zelfs een Broederschap van de Geraardsbergse Mattentaart, dat zich richt op het promoten en beschermen van dit geliefde streekproduct.

3. Garnaalkroketten uit Oostende

Streekproduct.be

Garnaalkroketten zijn ontstaan tijdens de Tweede Wereldoorlog aan het IJzerfront, toen er voedselschaarste heerste en garnalen nog beschouwd werden als armeluiskost. Sinds 1850 lossen vissersboten hun verse vangst aan “den trap” in Oostende, waaronder de grijze Noordzeegarnaal. Dit leidde tot de typische Oostendse garnaalkroket. De vulling bestaat uit een bouillon van gekookte garnaalkoppen, aangedikt met een roux en minstens 30% garnalen.

4. Limburgse stroop

Stroop wordt al sinds de middeleeuwen vervaardigd als een methode om fruit te conserveren voor de wintermaanden. Met de introductie van de stoommachine werden sommige boerderijen zelfs omgevormd tot stroopfabriekjes, hoewel de meeste tegenwoordig zijn verdwenen. Stroop wordt verkregen door het uitgezeefde sap van fruit, dat overvloedig aanwezig is in de Haspengouwse fruitstreek, uit te koken totdat er een kleverige massa overblijft. Limburgse stroop wordt doorgaans gemaakt van appels of peren, soms aangevuld met stroop van suikerbieten. Het is een 100% puur product, zonder toegevoegde suikers, smaakversterkers of conserveringsmiddelen.

5. Brabantse grondwitloof

Witloof werd in de 19e eeuw ‘ontdekt’ in Schaarbeek (Brussel) door Frans Bresiers, het hoofd van de Brusselse kruidtuin, toen hij chicoreiwortels in de champignonkelder forceerde en ontdekte dat er in het koele donker een wit lof uit de wortels groeide. Na de Eerste Wereldoorlog verspreidde de teelt zich in de ‘witloofdriehoek‘, het gebied tussen Brussel, Mechelen en Leuven. Deze Brabantse variant werd al snel dominant doordat hij minder afhankelijk was van de lokale leemgrond en de zaden gekocht konden worden, terwijl men in Brussel de zaden zelf moest kweken.

6. Lierse vlaaike

Het Lierse vlaaike zou vermoedelijk al zo’n 300 jaar geleden zijn uitgevonden in Lier, waarmee het het oudste streekproduct uit de provincie Antwerpen zou zijn. Het originele gebak bestond uit een bodem van bloem en warm water in een taartvorm van 5 cm diameter. Deze werd gevuld met een mengsel van beschuiten, siroop, melk en kruiden, en vervolgens afgebakken. Het huidige recept voegt boter toe aan de bodem, en de vulling bestaat uit paneermeel, kandijsiroop, melk en vierkruiden.

7. Gentse neuzekes

Niemand weet nog met zekerheid waar en hoe deze lekkernij is ontstaan. Vermoed wordt dat dit gebeurde bij apotheker De Vynck in 1873. In die tijd begon men met het produceren van medicijnen in siroopvorm. Toen de man na een paar dagen een mislukte batch controleerde, bleek er een korst rond het stroperige goedje te zijn gevormd, wat hem op het idee bracht om er bonbons van te maken. De iconische lekkernij wordt verkregen door een suikermassa op smaak te brengen met fruitaroma van framboos en andere rode vruchten, en deze te binden met Arabische gom. Vanwege de korte houdbaarheid kunnen de (échte) neuzen niet naar het buitenland geëxporteerd worden, en zijn ze enkel in ons land verkrijgbaar.

8. West-Vlaamse Lukken

Deze harde boterwafeltjes danken hun naam, lukken, aan het ‘gelukwensen‘ dat vroeger gepaard ging met het schenken ervan. Volgens de oude traditie bakten West-Vlaamse huismoeders vroeger rond nieuwjaar deze koeken, die als geluksbrengers voor het nieuwe jaar aan vrienden en familie werden geschonken. Het schenken van deze lekkernij gebeurt zelfs tot op de dag van vandaag in de Westhoek. Het deeg bestond uit kristalsuiker, bloem, boter, eieren en zout. Nadat men het een nachtje liet rusten, werd het vervolgens op een ‘Leuvense stoof’ gebakken met een geruit lukken wafelijzer.

9. Hasseltse Graanjenever

Het stoken van jenever is een eeuwenoud proces. Toen in de 17e eeuw de vervaardiging ervan verboden werd, kon Hasselt, dat toen onder het prinsbisdom Luik viel, verder blijven produceren. Deze jenever bevat meer aroma’s en kruiden dan andere Vlaamse jenevers, en bevat alcohol die voor 100% uit graan bestaat. In de 19e eeuw ging men in Hasselt jenever stoken op industriële schaal, die de hele maatschappelijke leven ging bepalen, en hen de bijnaam ‘Jeneverstad‘ opleverde. Deze industrie ging teloor tijdens de Eerste Wereldoorlog, toen goedkopere alcoholische dranken op de markt kwamen, en de Duitse bezetter de distilleerketels in beslag nam. Vandaag wordt de traditie nog door 4 stokerijen in stand gehouden.

10. Brusselse wafels

Naast chocolade moeten “Brussels waffles” ons meest internationaal gekende streekproduct zijn. Deze knapperige, goudbruine wafels worden gemaakt van bloem, suiker, boter, eieren, melk en gist. De wafels zouden reeds in de middeleeuwen zijn ontstaan, destijds slechts gemaakt van gistgezuurd beslag. Een van de unieke kenmerken van de Brusselse wafels zijn de diepe vakjes, waardoor men ze gemakkelijk kan beleggen met fruit, slagroom, chocolade of andere toppings.

Ziezo, dit was onze eerste reeks van 10 Vlaamse streekproducten. Het water staat al in de mond. Welke is jouw favoriet? Welke zou je graag eens willen proeven? Laat het weten in een reactie hieronder!

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *